Jonathan Lopez
     
 

Mis het artikel van Jonathan Lopez over de vervalste kunstwerken van Andrew Mellon niet: "The Early Vermeers of Han van Meegeren" in het archief van APOLLO MAGAZINE.

 
     
Into the Light of God
     
   
     



HomeNews and EventsArticle ArchiveContact
In the Light of GodThe Man Who Made Vermeers
 

 

Jonathan Lopez is een Amerikaanse schrijver en kunsthistoricus. Hij is in 1969 in New York City geboren en heeft zijn onderwijs daar en in Harvard ontvangen. Hij schrijft geregeld bijdragen voor het in Londen uitgegeven tijdschrift Apollo: The International Magazine of the Arts. Hij heeft ook in het Nederlands gepubliceerd voor De Groene Amsterdammer. Zijn boek The Man Who Made Vermeers (De man die Vermeers maakte), biedt een onthullende kijk op het leven van de Nederlandse kunstvervalser Han van Meegeren. De studie is gebaseerd op drie jaar archiefonderzoek, uitgevoerd in vijf landen, evenals interviews met de nakomelingen van Van Meegeren’s handlangers.

Han van Meegeren is tegenwoordig het meest bekend door de gefingeerde ‘bijbelse’ periode in het werk van Johannes Vermeer. Van Meegeren heeft nooit toegegeven voor 1937 vervalst werk gemaakt te hebben, maar er zijn altijd geruchten geweest dat zijn carrière eigenlijk veel eerder begon. Zoals vrij goed bekend is, heeft de Nederlandse regering Van Meegeren aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gearresteerd wegens collaboratie met de Nazi’s, met de aanklacht dat hij tijdens de Duitse bezetting een onschatbare Vermeer aan Hermann Göring had verkocht. Toen Van Meegeren onthulde dat hij zelf het gewaardeerde meesterwerk had geschilderd, maakte dit hem behoorlijk populair bij het grote publiek. Zijn geval werd daarna met fluwelen handschoenen behandeld. Hij erkende alleen de zes bijbels geïnspireerde Vermeers vervalst te hebben, waarvan de regering al wist dat ze met hem verbonden waren door stromannen die de werken op de markt gebracht hadden, twee 'Pieter de Hooch's' die op dezelfde manier zijn verkocht en een paar onafgemaakte stukken die nog in zijn atelier stonden. Hoewel vertrouwelijke bronnen aangaven aan het onderzoeksteam dat het geval onderzocht, dat Van Meegeren tientallen jaren voor de aanvang van de vijandelijkheden vervalsingen aan ‘Engelsen en Amerikanen’ had verkocht, kreeg de zaak vermoedelijk geen enkele officiële aandacht.

De geruchten waren echter sterk op waarheid gebaseerd. Zoals in The Man Who Made Vermeers wordt onthult, werkte Van Meegeren bijna zijn hele volwassen leven als vervalser en produceerde nagemaakte oude meesters voor een groep kunstzwendelaars die via Londen en Berlijn opereerden. Grote dealers zoals Sir Joseph Duveen werden het slachtoffer van deze vervalsingen, evenals Andrew Mellon, de grote bankier uit Pittsburgh, die in de twintiger jaren twee valse Vermeers van Van Meegeren kocht. Niet bewust van zijn vergissing, doneerde Mellon onder andere deze twee 'Vermeers' uiteindelijk voor de oprichting van de National Gallery of Art te Washington D.C. Ze hebben daar tot in de late jaren vijftig gehangen tot via technische analyse bleek dat het moderne vervalsingen betrof. Deze werken worden nu bewaard in de opslag, zijn veelal vergeten en nog niet eerder teruggeleid naar Van Meegeren.

Waarom hield Van Meegeren, die zo trots was op zijn latere bijbelse Vermeers, deze vroegere vervalsingen zo angstvallig geheim? Was het een vaag gevoel van loyaliteit die de tong van de vervalser deed zwijgen, schema’s met meerdere partners en vennoten in de onderwereld van de kunsthandel? Tot op zekere hoogte is dit waarschijnlijk het geval. Alle vervalsingen die Van Meegeren uiteindelijk opbiechtte werden geschilderd tijdens de laatste fase van zijn carrière, toen hij zonder vangnet werkte. Hij organiseerde de zwendel zelf, zocht zelf zijn tussenhandelaars, leidde in het geheim de onderhandelingen en inde het grootste gedeelte van de winst. Maar het zou naïef zijn te denken dat eer, zelfs in de dubieuze vorm van dieveneer, van doorslaggevend belang voor Van Meegeren was. De primaire reden waarom hij stil bleef over zijn rol in de kunstfraude was dat hij na zijn arrestatie aan het eind van de wrede Duitse bezetting, niet alleen bekend wilde worden als een doorgewinterde professionele crimineel die de omstandigheden van de oorlog simpelweg misbruikt had om geld te verdienen. Hij herontdekte zichzelf als de wreker van cultuursnobs en Nazitirannen. En in de zeitgeist van de periode direct na de oorlog was dat iets waar men erg trots op kon zijn.

Hoe slim deze mythevorming ook was, Van Meegeren deed zichzelf een langdurige bibliografisch onrecht met zijn nagemaakte wraak/fantastische uitleg over leven en werk. Zijn motivaties waren in werkelijkheid aanzienlijk complexer en subtieler, en het ware verhaal van zijn metamorfose van schilder tot vervalser blijkt een schrijnende kijk op zijn innerlijke conflicten te bieden. Het was namelijk niet de wreedheid van de critici die de legitieme artistieke aspiraties van Van Meegeren onderuit haalden, maar Van Meegeren zelf. Verleid door het snelle geld en de uitdagingen van zijn vroege inmenging in de kunstvervalsing tijdens de twintiger jaren, verloor de jonge Van Meegeren langzaam maar zeker zijn roeping. In plaats van door te ploeteren, zijn hele energie te stoppen in het schilderen van eigen afbeeldingen onder zijn eigen naam, liet hij een belangrijk deel van zichzelf, de echte artiest, wegkwijnen. Het was een pact met de duivel, waarvan de gevolgen een chronisch drankprobleem meebrachten, een mislukt eerste huwelijk en een reeks schimmige affaires. Hoe zwaarder de belangen op zijn schouders werden, hoe groter werd ook zijn voorkeur voor fascistische politiek.

Dit was natuurlijk het grootste probleem dat de vervalser in 1945 verborg. Van Meegeren was echt een collaborateur. Tijdens de bezetting schilderde hij propagandistische kunst (allemaal onder zijn eigen naam) in opdracht van de door de Duitsers ingestelde marionettenregering van Nederland, gaf grote sommen geld aan de Nazizaak en stuurde zelfs een beleefd briefje aan de Führer in Berlijn, als teken van bewondering. De interesse van Van Meegeren voor het Nazisme was niet toevallig. Het ging terug naar de beginjaren van de beweging, tot 1928, vijf jaar voordat Hitler aantrad als kanselier van Duitsland. Van Meegeren haalde passages uit Mein Kampf op. Hermann Göring bedriegen was een normale zakelijke transactie, geen politiek statement. Van Meegeren geloofde werkelijk in de fascistische droom. Na de oorlog was dat natuurlijk een groot probleem.

Zoals in The Man Who Made Vermeers gedetailleerd wordt uitgelegd, waren de plannen waarmee Van Meegeren zichzelf in de zomer van 1945 uit de problemen hield niet alleen manipulatie van zowel de publieke opinie als de nieuwsmedia maar ook specifieke beambten van de naoorlogse Nederlandse regering. De plannen suggereren dat de beroemde bedrogkunsten van de vervalser verder reikten dan het gebied van schilderen. Van Meegeren, voormalig grootmeester in het aanpassen wat de mensen wilden horen met wat hij wilde dat ze geloofden, was in elk opzicht een gevaarlijk man. Maar, en dan moet gezegd worden, wel een van de meest briljante charlatans die de wereld ooit gekend heeft.

 

 

 


     
 

"Lopez heeft zich jarenlang begraven in Nederlandse, Duitse, Britse en Amerikaanse archieven. Hij heeft een indrukwekkende hoeveelheid onbekend materiaal boven tafel gehaald, dat onweerstaanbaar elegant wordt gepresenteerd."

- NRC Handelsblad

 
     

 



© 2009 Jonathan Lopez • Web design by Adrian Kinloch

 

NL DE FR US Spanish